De discussie is al jaren gaande: gaan we van de wisselende zomer- en wintertijd af, of niet? Heeft het nog wel voordelen?

Lagere energiekosten

De zomertijd werd in Nederland voor het eerst tijdens de Eerste Wereldoorlog ingevoerd. Deze duurde slechts een half jaar. Pas na 1977 werd de zomertijd officieel ingevoerd voor grote delen van Europa, Noord-Amerika, delen van Zuid-Amerika en Australië. Door de klok een uur achteruit te zetten komt de zon een uur later op en gaat hij ook een uur later onder. Het is dus langer licht, en daarom is er minder energie nodig.

Kritiek van plantenkwekers

Er komt de laatste tijd steeds meer kritiek op het gebruik van de zomertijd. Het zou de biologische klok van mensen verstoren, en vaak voor een moeizame overgang zorgen, vooral omdat veel landen geen gebruik maken van de zomertijd. Ook blijkt de energiebesparende factor niet meer zo voordelig als gedacht. Voor dieren en planten is het gebruik van zomer- en wintertijd ook niet gunstig. Plantenkwekers moeten apparatuur voor bewatering opnieuw instellen. Mensen kunnen een uurtje uitslapen, maar koeien houden daar geen rekening mee.

Pleidooi voor de wintertijd

Veel mensen stellen voor de zomertijd als vaste tijd aan te houden, omdat ‘zomertijd’ natuurlijk veel warmer klinkt dan ‘wintertijd’. maar dit gaat eigenlijk tegen de natuur in. De wintertijd is namelijk de ‘officiële’ tijd. Bovendien zou het invoeren van een permanente wintertijd zorgen voor een nog groter tijdsverschil tussen landen, wat niet bevorderlijk is voor de handel. Uit een enquête van Branchevereniging VHG blijkt dat 75% van de hoveniers een voorkeur geven aan een permanente wintertijd. De voornaamste reden is dat het tijdens werktijden dan langer licht is.

Het invoeren van een permanente wintertijd zorgt daarnaast ook weer voor een discussie minder.